Sports

‘Als een topclub in Nederland belt? Dan ga ik natuurlijk wel nadenken’



Dinsdag, 11 januari 2022 om 23:45

Chris Meijer




• Laatste update: 11:03

Al tijdens zijn studie fysiotherapie wist Marvin Bath dat hij ooit in het buitenland bij een voetbalclub zou werken. Die ambitie maakte hij ruim drie jaar geleden waar, toen hij enigszins bij toeval bij Al-Raed in Saudi-Arabië terechtkwam. Na bijna drie jaar in het Midden-Oosten te hebben gewerkt, maakte hij afgelopen zomer de overstap naar het Chinese Beijing Guoan. Dit is hoe Bath vanaf ADO Den Haag in het Aziatische voetbal terechtkwam als head of rehabilitation en fysiotherapeut .

Door Chris Meijer

Bath (33) pakt zijn laptop op, draait het scherm om en loopt naar het raam van zijn hotelkamer. “Ik laat het effe zien”, zegt hij, terwijl zijn laptop heen en weer beweegt. Er valt een groot hotelcomplex te zien, met in het midden van een aantal grote torenflats een zwembad. Het is de plek waar het leven van Bath zich op dat moment vrijwel volledig afspeelde, een hotel in Guangzhou. Op de achtste verdieping, om precies te zijn. In de Zuid-Chinese stad werd binnen drie weken een verkorte play-off om het kampioenschap afgewerkt. Het betekende dat acht teams in een bubbel in Guangzhou verbleven en alleen het hotel mochten verlaten om naar het stadion te gaan. “Die jongens hebben ook heel vaak niks te doen. Dus ik werk gemiddeld van half tien tot half elf, letterlijk elke dag. Dat is voor mij fysiek zwaar, maar mentaal ook.”

Het artikel gaat verder onder de video

‘Voordat ik bij Ajax ga verlengen, moet eerst dat perspectief worden uitgesproken’

Meer videos

Daardoor bracht Bath de kerstdagen en jaarwisseling in principe alleen op een hotelkamer door. Omdat de competitie aan de gang is en hij dus aan het werk is, maar ook omdat er door de coronamaatregelen niemand China zomaar kan binnenkomen. “China is een corona-veilig gebied. In Peking, een stad met 25 miljoen inwoners, heb je veel ruimte om te bewegen, naar restaurants of sportscholen. Dat geldt voor gevaccineerden en ongevaccineerden. Maar ik kan niemand uitnodigen, er zijn strenge inreisregels. Ik kan zelf wel naar Nederland, maar bij terugkomst in China moet ik twee weken lang op een kamer in quarantaine zitten. Leuk is dat niet. Je kiest niet zelf je hotelkamer uit. Nee, je stapt het vliegtuig uit, je temperatuur wordt gemeten, je wordt getest op corona, je stapt een busje in en wordt naar een door de lokale overheid aangewezen hotel gebracht om twee weken lang op een hotelkamer te zitten.”

“Ik heb met kerst wel met mijn collega’s gezeten en wat gedronken, dat was gezellig. Maar echt vieren? Nee, het was geen gewone kerst. De dagen er naartoe is het soms moeilijk, dan denk je: shit. Je bent niet met je vrienden en familie. Iedereen die hier komt, wist van tevoren dat het zo zou zijn. Je moet voor jezelf een balans maken: is dit het waard? Ja of nee? Maar ja, het is toch mijn eigen keuze dat ik hier zit”, zo haalt Bath zijn schouders op. Al sinds zijn studietijd had hij de ambitie om in de voetballerij te werken. En in het buitenland. Het eerste lukte al vrij snel toen hij bij Excelsior en later ADO Den Haag aan de slag ging als fysiotherapeut. De ambitie om vast in het buitenland – hij was eerder al enkele maanden actief geweest op Curaçao – te werken werd uiteindelijk vervuld door een felicitatie aan het adres van Steven Vanharen, de Belgische fysiektrainer die deel uitmaakte van de staf van Besnik Hasi. De voormalig trainer van Anderlecht, Legia Warschau en Olympiacos had op dat moment net getekend voor het Saudische Al-Raed.

Besnik Hasi was als speler actief bij onder meer KRC Genk en Anderlecht, waar hij zijn trainerscarrière begon. Daarna werkte hij voor achtereenvolgens Legia Warschau, Olympiacos, Al-Raed en Al-Ahli.

Bath raakte met Vanharen in gesprek, kreeg te horen dat er nog werd gezocht naar een fysiotherapeut en liet subtiel weten dat hij wel oren had naar die functie. ‘We zijn al met iemand in gesprek, maar stuur je cv maar op’, kreeg Bath vervolgens te horen. Na een week niks te hebben gehoord, ging hij er eigenlijk van uit dat het niks meer zou worden. Tot hij het bericht kreeg dat Al-Raed toch nog even met hem wilde bellen. Een eerste gesprek werd een tweede gesprek en voor Bath het goed en wel doorhad, was hij er nagenoeg uit met Al-Raed. “Toen werd er gezegd: ‘We willen dat je binnen vier dagen komt’. Maar ik moest het nog bij ADO Den Haag zeggen en ja, vier dagen leek me gewoon wel heel erg snel.” Dat nieuws viel bij ADO Den Haag niet heel zwaar, want de eerste keer dat Bath daar weer verscheen werd hij door een collega al gefeliciteerd. “Wat bleek: de trainer had iemand bij Anderlecht gebeld, omdat hun toenmalige keeperstrainer (Max de Jong, red.) bij ADO had gewerkt. Dus ze hebben Anderlecht gevraagd om bij ADO navraag naar mij te doen. Daardoor wist ADO het al, wat ik weer niet wist. ADO wilde me die kans niet ontnemen, ze hebben een goed woordje voor me gedaan en zes dagen later ben ik naar Saudi-Arabië vertrokken.”

“De helft in mijn omgeving was blij, maar de andere helft zegt dan: ‘Moet je dat wel doen? Want ze betalen niet en je hoort verhalen dat ze je paspoort afpakken, waardoor je het land niet uit kan’. Ik dacht: tja, ik moet het zelf beleven en meemaken. Als het zo zou zijn, zou ik ervan leren en weer naar huis gaan. Dat is ook een ervaring. Negatief, maar dan leer je er wel van. Als ik niet was gegaan, had ik daar voor altijd spijt van gehad.” Dit is hoe Bath de drie jaar dat hij in Saudi-Arabië werkte uiteindelijk beleefd heeft.

“Ze waren daar niet gewend wat ik wel gewend ben, bijvoorbeeld dat ik niet tegen een geblesseerde speler zeg dat hij een week rust moet pakken voor we weer starten met de revalidatie. Als iemand geblesseerd raakt, begin ik een dag later al met de revalidatie. Ga je door je enkel, wil dat niet zeggen dat je niks aan je bovenlichaam kunt doen. Tijdens je revalidatie gaat het niet alleen om de plek waaraan je geblesseerd bent geraakt. Een speler bestaat uit meer dan alleen wat spieren. Je bent gericht op het gehele lichaam, maar ook het mentale en emotionele aspect. Ik ben geen groot fan van behandelprotocollen, ik hanteer een meer geïndividualiseerde benadering. Dan neem je heel het lichaam mee met dingen die zij misschien niet zo leuk vinden. Op de fiets, in het zwembad, je bovenlichaam trainen.

De eerste keer zei ik tegen een geblesseerde speler: ik zie je morgenochtend om tien uur. ‘Hoezo? Ik ben net geblesseerd geraakt? Waarom moet ik komen? Ik ben dat niet gewend, zo doen we dat hier niet’, kreeg ik dan terug. Ik heb uitgelegd dat ik daar was om op een andere manier te werken en dat was met sommige spelers best lastig, want die stonden daar niet altijd voor open. Dan maakten ze de vergelijking: ‘Als ik naar Nederland ga, ga ik toch ook niet tegen jou zeggen dat je dingen moet veranderen die je daar doet’. Dat begreep ik wel, dus ik heb geprobeerd een middenweg te zoeken. Ik paste wat kleine dingen aan, om het voor hen makkelijker te maken. Dan spraken we om twaalf uur in plaats van tien uur af, want ze houden daar niet zo van de ochtend. Ik moest een manier vinden om ze het idee te geven dat ik ook rekening met hen houd en niet heel stijf zeg: zo werk ik, dus zo doen we het. Als een speler ergens in gelooft wat hij al jaren doet, moet je dat niet ineens afnemen. Dan gaat het averechts werken. Als bepaalde dingen geen kwaad doen, moet je ze gewoon laten.

Als je daar komt werken moet je ze kunnen overtuigen dat jouw werkwijze van meerwaarde is. Dus de ogen zijn meer op je gericht dan als je in Nederland werkt. Maar je moet het wel stapsgewijs doen, want je kan in een ander land of andere cultuur niet zomaar zeggen dat je het even anders gaat doen. Je moet de cultuur respecteren. In Saudi-Arabië heb je er bijvoorbeeld mee te maken dat ze vijf keer per dag bidden. Op die momenten sluiten de winkels, dus in die tijden hoef je niet met die jongens af te spreken. De trainingstijden werden ingericht op de gebedstijden. Religie speelt een grote rol in Saudi-Arabië en dat moet je respecteren. Voor de training zat iedereen naast het veld te bidden en daarna startte de training. Je kunt niet zeggen dat je lak hebt aan de gebedstijden en gaat trainen wanneer je wilt, zo werkt het niet.

Bath ondertekent zijn contract bij Al-Raed.

Ik wist in het begin niet dat je rekening moest houden met de gebedstijden. Dan ging ik boodschappen doen en bleken de meeste winkels op die momenten ineens dicht. In het begin wist ik niet dat tankstations en de kassa in een supermarkt sluiten tijdens gebedstijden. Dan ging ik boodschappen doen, stond ik met mijn mandje bij de kassa en bleek die gesloten. Moest ik twintig minuten wachten tot de kassa weer openging. Ja, in het eerste halfjaar heb ik wel mijn ogen uitgekeken. Als ik in de eerste maanden die ik in Saudi-Arabië woonde naar een restaurant ging in Buraidah (de stad waar Bath woonde red.), was er geen muziek.

Toen ik in Saudi-Arabië kwam, kon je alleen het land binnenkomen met een werkvisum of een Saudisch paspoort, dat waren de regels destijds. Na acht maanden veranderde dat, je kan tegenwoordig binnen tien minuten een toeristenvisum aanvragen via internet en daardoor is Saudi-Arabië opengegaan voor buitenlanders. Alles is veranderd, want voor dat moment had je geen grote concerten, internationale sportevenementen of toeristen. Maar ik heb in Saudi-Arabië uiteindelijk concerten gezien van Usher en Chris Brown, ben bij een grote internationale bokswedstrijd geweest: allemaal mooie, nieuwe dingen.

Je kunt de moderne steden zoals Riyad, Dammam en Jeddah in Saudi-Arabië de laatste jaren vergelijken met Dubai. Alleen zijn alcohol en gokken nog steeds verboden en er zijn geen uitgaansgelegenheden ‘s nachts, zoals we dat in Nederland kennen. Die dingen zijn voor mij ook niet belangrijk. Mensen zijn vriendelijk en behulpzaam. Het leven was goed, het klimaat top: ik heb er mooie herinneringen aan overgehouden.

Hoe hoog de boetes en straffen op wetsovertredingen in zowel China als Saudi-Arabië ook zijn, ik denk dat mede daardoor beide landen zeer veilig zijn en er veel minder criminaliteit, diefstal en dat soort dingen zijn in vergelijking met Nederland. Als je in Saudi-Arabië bijvoorbeeld je telefoon of portemonnee ergens laat liggen dan zoeken ze jou op om het terug te geven in plaats van dat ze het stelen of wachten tot jij het komt halen. Veel vooroordelen die in Nederland over Saudi-Arabië bestaan heb ik niet zo meegemaakt.

Daar gebeuren natuurlijk wel dingen die in Nederland nooit zouden kunnen gebeuren. Bijvoorbeeld dat ze een maand voor de competitie eindigt kunnen zeggen dat ze het schema omgooien, waardoor je twee weken geen wedstrijden speelt, langer doorgaat en dan ineens veel meer wedstrijden in een kortere tijd speelt. Terwijl je ervan uitgaat dat bij wijze van spreken op 31 mei je seizoen afgelopen zou zijn. Dat wordt dan een maand van tevoren ineens twee of drie weken later. Bizar, hoe kan dat? Tijdens de rust van de bekerfinale in Saudi-Arabië (van de Kings Cup, red.) is er een ceremonie met dans, traditionele muziek, vuurwerk en dat soort dingen. Ik kan me herinneren dat de rust daardoor 45 minuten duurde. Teams zitten dan gewoon 45 minuten te wachten tot het klaar is, voordat de tweede helft begint.

Jehad Al-Hussien wordt behandeld door Bath.

Het niveau is redelijk hoog, hoor. Ik heb veel spelers vanuit het buitenland zien komen die op de bank belandden omdat ze het niveau niet aankunnen of omdat ze moeite hebben met het aanpassen aan het klimaat en de cultuur. Mensen zeggen misschien weleens: ‘Ja, hij gaat naar de zandbak. Laag niveau, veel geld verdienen’. Maar het niveau is pittig. Ik denk dat het niveau in Saudi-Arabië hoger ligt dan in China, bijvoorbeeld. Er lopen daar ook meer grote namen rond, omdat ze geen salarisplafond hebben. Neem Al-Hilal, hadden bijvoorbeeld met Gomis en Giovinco de Aziatische Champions League gewonnen.

Bij de grote clubs zitten de stadions bomvol, met dertig- tot veertigduizend mensen. Dat was bij ons wat minder, maar tegen de top zes of zeven zijn de stadions altijd wel aardig gevuld. In onze stad (Buraidah, red.) had je ook Al Taawoun, je moet die derby een beetje zien als NEC – Vitesse. Dat leefde heel erg als we tegen elkaar speelden en dan zat het stadion aardig vol. Ik weet nog dat we zo’n derby wonnen en dat de supporters buiten het stadion stonden te wachten. Die sloegen van blijdschap op de auto, we konden bijna het stadion niet uit. Normaal gesproken reden we in alle rust weg bij het stadion, niemand die ons zag.

Dat heeft ook wel enigszins met de temperatuur te maken. De wedstrijden worden vaak op een tijdstip gespeeld dat de temperatuur aangenaam is, hetzelfde geldt voor trainingen. Je traint heel vroeg of laat. We hebben periodes gehad dat wedstrijden om tien uur of half tien ‘s avonds werden gespeeld. Als je toch om zeven of acht uur speelt, moet je je koel- en hydratatiestrategie aanpassen. Door de warmte zweet je nog meer, verlies je meer vocht en dus ook meer zout. Dan kwamen we in de rust in de kleedkamer, kregen de spelers hele koude handdoeken en dronken ze water met zoutoplossing. Dit pas je toe om de lichaamstemperatuur te verlagen, de kans op spierkrampen te minimaliseren en het prestatieniveau zo hoog mogelijk te houden. De temperatuur maakt het leven natuurlijk wel aangenaam. Ik leefde op een compound met alle buitenlanders. Daar had je een zwembad en een gym, dus daar vermaakte ik me wel goed. Het is iedere dag 30, 40 á 45 graden, dus elke dag kun je in een t-shirt of korte broek rondlopen.

Je krijgt er financieel ook iets voor terug. Het is belangrijk en maakt het leven op bepaalde vlakken makkelijker. Maar het is niet de enige reden waarom ik naar het buitenland ben gegaan. Natuurlijk, het financiële plaatje speelt mee. Ik heb geleerd dat het te makkelijk is wanneer je in Nederland over een speler hoort: ‘Hij gaat alleen voor het geld’ of ‘die voetballer moet niet zeuren, want hij verdient genoeg’. Je moet niet vergeten dat het mensen zijn. Geld verdienen is leuk, maar dat betekent niet dat je geen gevoel meer hebt. Vervelende dingen zijn voor mensen die veel verdienen net zo rot als voor iemand die niet veel verdient. Ik zie van dichtbij wat een stress het vak van trainer geeft, dat wist ik van tevoren niet. Je hebt heel veel verantwoordelijkheid, heel veel stress. Als je ziet wat een belasting dat fysiek en mentaal geeft, vind ik dat ze dat prijskaartje best verdienen. Er staat geen prijs tegenover het missen van kerst met je familie, ook al verdien je tien miljoen. Dat maakt het missen van familie en vrienden niet opeens leuk. De minder leuke dingen blijven minder leuk, dat is gewoon zo.

Bath (tweede van rechts) met collega’s van Al-Raed.

Mijn studieadvies was vmbo, naar mijn mening geen passend advies. Ik kan me ook niet herinneren dat ik ooit echt heb gestudeerd in die tijd, omdat het te makkelijk was. Uiteindelijk heb ik een masterdiploma gehaald, maar gedurende de route daar naartoe werd tussen neus en lippen door geregeld duidelijk gemaakt dat mbo het eindstation zou zijn. Ik hoop dat jongeren die in zo’n fase zitten zich niet laten vertellen wat ze wel of niet kunnen bereiken, maar in zichzelf geloven en hun doel achterna gaan. Sinds het behalen van mijn master of science in sportfysiotherapie probeer ik mijn werk daar waar mogelijk wetenschappelijk te onderbouwen. In het buitenland kom je bijvoorbeeld vanwege het klimaat in aanraking met nieuwe situaties. Ik ga dan naar op zoek naar nieuwe dingen, probeer er achter te komen wat er wetenschappelijk onderzocht is en pas toe wat past in een bepaalde situatie. Daar leer je veel van. Wat dat betreft is dit avontuur voor mijn professionele ontwikkeling alleen maar goed geweest. Maar ook voor mijn persoonlijke ontwikkeling, want ik heb een nieuwe cultuur en taal leren kennen. Het is niet zo dat ik Arabisch spreek, maar ik begrijp en kan wel wat woordjes. Je hebt meer begrip voor bepaalde dingen, omdat je de cultuur en religie leert kennen. Als mens word je er alleen maar beter van, ook omdat je op jezelf bent aangewezen in een vreemd land.”

Het was eigenlijk de bedoeling dat Bath één jaar in Saudi-Arabië zou werken, maar de goede prestaties zorgden ervoor dat de staf van Hasi met drie jaar de langstzittende in de historie van Al-Raed werd. Hasi besloot zelf om afgelopen zomer te vertrekken bij Al-Raed. “Als dat in Saudi-Arabië gebeurt, gaat iedereen die met hem bij de club is gekomen weg. Dus de nieuwe trainer nam zijn eigen fysio en dokter mee”, legt hij uit. Tijdens de laatste week van het seizoen in Saudi-Arabië kreeg Bath een belletje vanuit China. Of hij er oren naar had om aan de slag te gaan bij Beijing Guoan. Omdat Hasi – inmiddels in Saudi-Arabië de trainer van Al-Ahli – op dat moment nog niets concreets had, besloot hij ‘ja’ te zeggen op het aanbod vanuit China. Want, zo concludeert hij: “Ik houd wel van een avontuur, het is een grote club. Groter dan ADO en Al-Raed, dus het was iets dat sportief ook zeer interessant is.”

Door de huidige coronasituatie had de overgang naar China alleen wel wat voeten in aarde. “Eigenlijk zou ik vanuit Saudi-Arabië nog twee weken naar Nederland gaan en daarna door naar China, maar alles heeft nog tweeënhalve maand geduurd. Ik heb echt kilometers moeten maken om mijn visum te kunnen krijgen, want je moet elke keer naar de Chinese ambassade in Den Haag. Dit laten zien, dat laten zien.” Eenmaal in China zag Bath de strenge coronamaatregelen al snel terug in het straatbeeld. Zowel in Peking als Shanghai – waar Beijing Guoan vanwege de kou in de Chinese hoofdstad drie weken een trainingskamp belegde – kon hij weinig buitenlanders in het straatbeeld ontdekken.

“Ik zie daardoor weleens mensen een foto van me maken, omdat ik duidelijk niet van Chinese afkomst ben en er dus buitenlands uitzie. Laatst was ik in Shanghai op zo’n toeristische plek, daar vroeg een Chinese man of hij met mij op de foto mocht. Wie ben ik? Dat is voor hen leuk, omdat ze met een buitenlander op de foto kunnen. Dat ervaar ik totaal niet als iets negatiefs, zo kun je dat misschien opvatten. Maar ze vinden het puur leuk dat je er bent”, vertelt Bath – zoon van een Ivoriaanse moeder en Nederlands-Britse vader – lachend. Waar hij in Saudi-Arabië direct samenwerkte met Nederlandse en Belgische collega’s, is hij in China zoals hij zelf zegt ‘écht alleen’. Met Jason Vermeer, Paul van Lith, Patrick Ladru en Raphael Supusepa werken er wel de nodige Nederlanders binnen de jeugdopleiding van Beijing Guoan – dat overigens een samenwerkingsverband heeft met Ajax – alleen trainen zij met de jeugd op andere tijden dan het eerste elftal waar Bath werkzaam is.

Bath is bij Beijing Guoan werkzaam als head of rehabilitation en fysiotherapeut.

“Je gaat werken en naar je hotel, er is niemand met wie je ergens iets kan gaan doen. Dat had ik wel onderschat”, bekent Bath. Dat hij in Peking vooral op zichzelf is aangewezen, zorgde in de eerste weken wel voor wat kleine obstakels. “Als je niet naar een westers iets gaat, zoals een McDonalds, Burger King of een Italiaans restaurant, is echt alles in het Chinees. En de meeste mensen die daar werken, spreken ook geen Engels. Dus dan kom je aan op Google Translate, maar die vertalingen zijn ook niet altijd top. Ik houd van een beetje pittig eten, maar in het begin heb ik weleens gehad dat ik iets besteld had en na de eerste hap mijn mond in de fik stond. Dan had ik blijkbaar extreem pittig aangeklikt. Dat zijn momenten dat je in je hotelkamer zit met een gevoel van: jongen, jongen. Dan voel je je verdwaald, ik wist in de eerste week ook niet hoe een taxi werkte. Na een aantal weken vind je wel je weg en weet je waar je heen moet, dan wordt het makkelijker. Weet je wat ik alleen niet eerder gezien had? Een robot die je maaltijd op je hotelkamer brengt.”

Als fysiotherapeut en head of rehabilitation hoeft Bath bij Beijing Guoan niet significant anders te werk te gaan dan bij Al-Raed. Het heeft ermee te maken dat zowel in China als Saudi-Arabië de focus ligt op wat hij noemt ‘passieve behandelingen’, zoals ‘laser- of elektrotherapie, massage en dat soort dingen’. “Hier leer ik weer wat nieuws over de traditionele Chinese geneeskunde, zoals acupunctuur. Mijn revalidatietraject met spelers bestaat uit een combinatie westerse en Chinese geneeskunde. Ik ervaar de Chinese geneeskunde als een goede aanvulling op mijn behandelmethodes. De buitenlanders worden gehaald om het actieve werk te doen: op het veld of in de gym trainen met die jongens. Ik ben hier head of rehabilitation. Kort door de bocht houdt dat in dat ik nu eindverantwoordelijk ben voor het revalidatieproces in het eerste elftal. Ik haal voldoening uit mijn werk als ik een voetballer weer vanuit een blessure terug zie aansluiten bij het team.” Dat werk kan Bath met meer handvaten uitvoeren, want de financiële mogelijkheden zijn in China nog groter dan bij Al-Raed. “Ik heb meer toegang tot medische- en fitnessapparatuur. De faciliteiten zijn uitgebreider en ik heb een assistent: een Chinese fysiotherapeut die in Amerika heeft gestudeerd. Ik werk in een goed medisch team.”

Het is geen geheim dat de ambities en daarmee de mogelijkheden in het Chinese voetbal in veel opzichten onbegrensd zijn. Zo bouwt Beijing Guoan momenteel aan een gloednieuw stadion en trainingscomplex, die in 2023 klaar moeten zijn. “Het plan en de foto’s van het nieuwe stadion heb ik wel gezien en dat is gewoon naar de standaard van de Europese top. Dat is bizar. Ze willen alles gaan doen zoals wij dat ook in de top doen. In dat opzicht zijn ze wel toekomstgericht bezig.” Nadat president Xi Jinping in 2016 aankondigde dat China ook op voetbalgebied een grootmacht moest worden, werd geprobeerd om het niveau explosief te doen stijgen door grote namen tegen een astronomisch salaris naar de Super League te halen. Die trend is twee jaar geleden rigoureus een halt toegeroepen met de invoering van een salarisplafond, om daarmee te voorkomen dat verschillende clubs failliet zouden gaan.

Slaven Bilic vertrok afgelopen week als trainer van Beijing Guoan.

Tegelijkertijd wordt er wel nog steeds veelvuldig geïnvesteerd in randzaken, zoals faciliteiten, jeugdopleidingen én trainers. Beijing Guoan werd tot vorige week getraind door Slaven Bilic, die in het verleden bij onder meer de Kroatische nationale ploeg, Besiktas, West Ham United en West Bromwich Albion werkte. “Voor mij is het heel mooi om te zien hoe zo’n technische staf werkt. Wat is hun visie? Hoe gaat hij met spelers om? Je ziet gewoon dat hij echt een coach met autoriteit is. Dat is voor mij alleen maar leerzaam, om met zulke mensen te werken. Bilic is heel straight, daar leerde ik alleen maar van. Hasi ook, hij zei het altijd direct als er iets niet goed was. In het begin was dat soms lastig, daar moet je aan wennen. Maar in het topvoetbal is het hard en recht voor zijn raap. Het is moeilijk om uit te leggen, maar je merkt dat Hasi bij grote clubs heeft gewerkt.”

De inmiddels vertrokken Bilic vroeg Bath onlangs hoogstpersoonlijk om aan de spelers een presentatie te geven over de manier hoe ze met hun lichaam moeten omgaan in een periode waar in korte tijd veel wedstrijden worden gespeeld. “Ik zou de presentatie naar de spelers sturen, als tips. Maar Bilic wilde dat ik een presentatie gaf, want dat kwam vanuit zijn ervaring meer aan bij de spelers. Je doet andere dingen als je drie wedstrijden in een week speelt, het is een uitzonderlijke situatie. Je moet meer slapen, anders eten, vaker in een ijsbad gaan. Sommige spelers houden er niet van, maar je moet ze toch stimuleren om dat te doen en het besef bijbrengen dat het even nodig is.”

Bath tijdens de presentatie aan de spelers van Beijing Guoan.

“Het is druk, laat ik het zo zeggen”, verzucht hij lachend. Beijing Guoan heeft hem een nieuw contract aangeboden en hij ziet zichzelf voorlopig nog wel bij de Chinese club blijven. “Als de situatie in China zo blijft als die nu is, kan ik dit alleen niet jaren doen. Dat heeft puur te maken met familie en vrienden, die zijn heel belangrijk. Op een gegeven moment is dan de balans kwijt en is het belangrijker om thuis te zijn. Het is het niet waard om jaren in het buitenland te zitten en je familie maar één moment in het jaar te kunnen zien. Daar weegt het financiële en sportieve plaatje niet tegenop. Zolang ik het leuk vind, doe ik dit. Als het plezier er niet meer is, moet ik iets anders vinden. Voor nu heb ik het gevoel dat dit goed is voor mijn professionele en persoonlijke ontwikkeling.”

Zou Bath na zijn ervaringen in het buitenland nu wat anders bij een Nederlandse club kunnen toevoegen dan toen hij vier jaar geleden bij ADO Den Haag werkte? “Ik heb nu meer werkervaring en in elk land waar ik gewerkt heb competenties aangeleerd en versterkt. In het buitenland heb ik best veel vrije tijd naast mijn werk, want je hebt minder verplichtingen dan in Nederland. Dus ik heb veel zelfstudies gedaan, waardoor ik me ontwikkeld heb. En doordat ik andere culturen heb leren kennen, ben ik nu verder dan vier jaar geleden. Ik heb dingen gezien die je in Nederland niet ziet, die soms misschien wel beter zijn dan wat wij doen. De combinatie van beide werelden is het best.” Met een glimlach besluit hij: “Het gaat ook om de mogelijkheden die je hebt. Als een topclub in Nederland belt? Dan ga ik wel nadenken. Dat is natuurlijk sportief nog een stapje hoger dan waar ik nu zit. Het sportieve perspectief en mijn persoonlijke ontwikkeling staan op één.”






Source link

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

close