News

Bestuur, boeren en burgers moeten het samen doen – Joop


  •  

Vandaag

  •  

leestijd 5 minuten

  •  

220 keer bekeken

  •  

3262678209_cc514a3ce1_k

© cc-foto: Matt Biddulph

Sinds aankondiging van het kabinet om de landbouwsector drastisch te hervormen ten einde een aanzienlijke reductie van de stikstofuitstoot te realiseren, ligt de focus vooral op de boeren en op de politiek. Je bent voor of tegen de boeren, je bent voor of tegen de politieke besluitvorming. De nuance is zoals zo vaak ver te zoeken. Er is vooralsnog ook opvallend weinig aandacht voor de burger in dit hele verhaal, of de consument als u liever spreekt in neoliberaal jargon.

Al enkele generaties zijn we verslaafd aan goedkoop vlees en goedkope zuivel. Met alle gevolgen voor het klimaat, het dierenwelzijn en onze eigen gezondheid. Dit is geen pleidooi voor een vegetarische of veganistische levenswijze maar de huidige voedselproductie en -consumptie is al een tijd niet meer houdbaar. We vinden het echter volkomen normaal dat de schappen altijd vol liggen met dierlijke (bij)producten tegen lage prijzen. Hoe is dit zo gekomen?

Tot ver in de twintigste eeuw had Nederland een voedselproductie die kleinschalig was georganiseerd. De agrarische sector bestond uit talloze kleine boerenbedrijven die hoofdzakelijk produceerden voor de voedselvoorziening van het eigen gezin en de lokale markt. De bevolkingsgroei noopte echter tot een uitbreiding van het aanbod van agrarische producten, hetgeen nog eens onderstreept werd door de hongerwinter van 1944-1945.

Na de oorlog zette de Nederlandse regering in de persoon van minister Sicco Mansholt dan ook in op modernisering van de landbouw. Als onderdeel van de Marshallhulp maakte ons land kennis met de uit Amerika afkomstige intensieve veehouderij die gericht was op schaalvergroting en efficiëntie. Boeren kregen daarbij alle hulp van de regering om over te schakelen op deze nieuwe manier van werken. Dit resulteerde uiteindelijk in een systeem waarin het aantal boerenbedrijven drastisch was gedaald maar dit kleine aantal zorgde voor een veel grotere totale productie dan voorheen. Economische belangen gingen daarbij voor klimaat en dierenwelzijn. Het gevolg was dat ons land een van de grootste exporteurs ter wereld werd en de Nederlandse bevolking kon beschikken over goedkope landbouwproducten.

We zijn inmiddels vergeten dat het door de geschiedenis heen alles behalve normaal was om altijd en overal te beschikken over vlees. vlees was voor de meeste mensen een luxeproduct dat alleen bij speciale gelegenheden op tafel kwam. Tel daarbij op dat het bij velen van ons nog diep in onze genen zit om een sterke voorkeur te hebben voor voedsel met een hoge voedingswaarde en je hebt een recept voor obesitas. De prehistorische mens als jager was geprogrammeerd om bij het kunnen bemachtigen van calorierijk voedsel zoveel mogelijk tot zich te nemen. Het was immers volstrekt onzeker dat een dergelijke maaltijd zich weer op korte termijn zou aandienen.

Die jacht naar voedsel zit er bij ons altijd nog in. In tegenstelling tot onze voorouders is de jacht nu echter altijd succesvol: de openingstijden van de supermarkt zijn de afgelopen decennia steeds verder verruimd, schappen liggen altijd vol en de meest calorierijke producten zijn vaak het goedkoopst. En de voedingsindustrie stopt er ook nog eens tal van ongezonde toevoegingen in. Het gevolg: de Westerse bevolking zucht onder welvaartsziekten en de dieren en het klimaat zuchten mee.

Hier komt nog eens bij dat we zo gewend zijn geraakt aan onze welvaart dat het moeilijk zal zijn een andere weg in te slaan. Net als bij vlees en zuivel vinden we dat we ‘recht’ hebben op tal van zaken die horen bij onze huidige levensstijl. Want ondanks dat de echte klimaatontkenners inmiddels zijn gemarginaliseerd lijken hele volksstammen het geen enkel probleem te vinden om het vliegtuig te pakken voor recreatieve doeleinden, getuige de lange wachtrijen op Schiphol die we dagelijks op het Journaal voorbij zien komen. En niemand op tv die zich hardop afvraagt of we niet zouden moeten proberen die wachtrijen wat kleiner te maken door voorlopig op een andere manier op vakantie te gaan. Het is veelzeggend.

Maar zoals ik al eerder zei, net als dit geen pleidooi is voor een vegetarische of veganistische levensstijl, zo is dit ook geen oproep om radicaal afscheid te nemen van onze mobiliteit of andere gemakken van het moderne leven. Wel zijn bewustere keuzes noodzakelijk totdat onze mobiliteit een dusdanige ontwikkeling heeft doorgemaakt dat deze echt duurzamer is geworden. Hetzelfde geldt voor het voedsel dat we eten. En geloof mij, ik worstel daar net als zovelen dagelijks mee. Ik ben helaas gezegend met smaakpapillen die alles lekker vinden zolang het maar zoet, zout of vet is.

Wat uiteraard niet meehelpt aan alle vraagstukken omtrent klimaat, dierenwelzijn en volksgezondheid is de afwachtende houding van de Nederlandse politiek. Hoewel de negatieve gevolgen van de intensieve veehouderij al decennia bekend zijn, zijn het rechterlijke uitspraken geweest die de regering nu dwingen tot drastische maatregelen. Economische belangen hebben steeds voorop gestaan. Dat zie je ook op andere vlakken: fossiele brandstofproducenten als Shell mocht het nooit te moeilijk gemaakt worden en nog tijdens de coronacrisis moest KLM kostte wat het kost overeind gehouden worden.

Wat betreft de boeren is een echte herziening van de agrarische sector veel te lang vooruitgeschoven. Niet alleen vanwege de economie maar politici waren ook bang voor de boer in het stemhokje (en nog steeds). Wel werden de boeren steeds gedwongen tot investeringen die de uitstoot van schadelijke stoffen zouden moeten beperken. Hiermee werd niet alleen het echte probleem niet aangepakt (de hoeveelheid dieren) maar het plaatste boeren ook in een onmogelijk positie en dat mag ook gezegd worden. De investeringen moesten terugverdiend worden maar onder druk van de grote supermarktketens die vreesden dat de consument niet meer wilde betalen (geen onterechte vrees) konden de boeren niet anders dan inzetten op nog meer schaalvergroting met alle gevolgen van dien.

Wat al decennia ontbreekt in de politiek is een uitgewerkte visie op een daadwerkelijke invoering van een duurzame landbouw en ook een goede ondersteuning van boeren daarbij. Bij de invoering van de intensieve veehouderij was de overheid er wel voor de boer, waarom dan nu niet?

Het stikstofprobleem is alles behalve een geïsoleerd probleem. Het raakt aan de wortels van onze moderne geïndustrialiseerde samenleving. Een samenleving die te lang te veel oog heeft gehad voor economische belangen en ongebreidelde welvaartsgroei. En te weinig oog voor het klimaat, dierenwelzijn, volksgezondheid en negatieve gevolgen van de vrije markt. Tel daarbij op de gewenning van burgers aan altijd beschikbare luxeproducten en de algemene menselijke eigenschap van directe behoeftebevrediging.

De problemen zijn te groot om alleen bij de politiek, de boeren of de burgers neer te leggen. Er ligt een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De politiek zal zijn obsessie voor groei en de angst voor de kiezer moeten loslaten. De boeren zullen uiteindelijk mee moeten in de hervormingen maar moeten daarbij wel gesteund worden door de overheid en de consument. Die laatste zou in de supermarkt vaker kunnen kiezen voor duurzamere kwaliteitsproducten in plaats van alleen te letten op de prijs.

En ja dat betekent dan, hoe lastig misschien ook, minder grote hoeveelheden vlees, zuivel en eieren. Als boeren dit merken dan zal hun ondernemersgeest echt wel zo flexibel zijn om op een andere manier te gaan produceren als er duidelijk uitzicht is op een rendabel boerenbestaan.



Source link

Leave a Reply

Your email address will not be published.