News

De hypotheekrente, daar bleven ze af, eiste Ruding in 1982 bij het constituerend beraad



Formaliteit of harde machtspolitiek? Dat zal deze zaterdag moeten blijken als de beoogde ministers van het vierde kabinet Rutte elkaar voor het eerst gezamenlijk treffen bij het zogeheten ‘constituerend beraad’. De afspraken over de taakverdeling tussen de twintig ministers en negen staatssecretarissen worden dan officieel vastgesteld. Ogenschijnlijk een formaliteit, want hierover is tijdens de formatieonderhandelingen tussen de politieke leiders en later bij de gesprekken van formateur Rutte met de kandidaat-bewindspersonen natuurlijk ook uitvoerig gesproken. Maar de geschiedenis van Nederlandse kabinetsformaties leert dat er zo vlak voor hun beëdiging door het staatshoofd toch nog opeens een bezwaarpunt kan worden opgebracht door een van de kandidaat-ministers. Zo’n apotheose zou wel geheel in lijn zijn met de huidige langdurige kabinetsformatie vol verrassingen, maar waarschijnlijk is het niet. Een eerste aanwijzing hiervoor is dat er geen zogeheten ‘preconstituerend’ beraad is voorzien. Anders gezegd: een vergadering nog voor de echte constituerende vergadering. Een dergelijke vergadering is meestal geen goed voorteken voor de onderlinge verhoudingen.

Superminister

Het gebeurde in 1981 toen een preconstituerend beraad nodig was om precies helder te krijgen wat er moest worden verstaan onder het met ‘Werkgelegenheid’ aangeklede ministerie van Sociale Zaken waar PvdA-leider Joop den Uyl leiding aan zou gaan geven. Dat oud-premier Den Uyl – nog steeds dromend van zijn terugkeer als premier – in de pers als ‘superminister’ was bestempeld, had extra argwaan gewekt bij de CDA-partijgenoten van beoogd premier Dries van Agt. Ook werden tijdens die preconstituerende vergadering de tijdens de formatie gemaakte procedurele afspraken over het brisante kruisraketten-thema nog eens bevestigd. Wantrouwen in optima forma dus. Het kabinet onder leiding van Van Agt met Den Uyl als vicepremier zat dan ook niet langer dan negen maanden.

In 1973 was er na de moeizame en langdurige formatie van het kabinet-Den Uyl ook al sprake van een preconstituerend beraad. In totaal acht uur zaten de zestien aangezochte maar nog niet door koningin Juliana beëdigde ministers bij elkaar. Om het uiteindelijk eens te worden over de constatering dat zowel het partijprogramma van de sociaal-democraten als dat van de christen-democraten „grondslag” zou kunnen vormen van toekomstig kabinetsbeleid.

Maar nu geen extra hobbels; de kandidaat-ministers gaan direct, zonder pre, naar het constituerend beraad. Overigens niet te verwarren met de oprichtingsvergadering van het kabinet die maandag zal worden gehouden na de officiële beëdiging. Het constituerend beraad vindt plaats onder leiding van formateur Rutte. De oprichtingsvergadering staat onder leiding van premier Rutte.

Hypotheekrenteaftrek

Het constituerend beraad heeft iets van een ‘laatste-kans-bijeenkomst’. Alles wat niet tot in de finesses in het regeerakkoord is afgesproken kan dan nog mogelijk worden binnengehaald. Vaak gaat het niet om grote politieke kwesties, maar wel om zaken die voor de ambtelijke bureaucratie van belang zijn, zoals het departementale beheer over bepaalde onderwerpen.

Beoogd minister van Financiën Onno Ruding (CDA) wist daarentegen in 1982 tijdens het constituerend beraad een echt grote slag te slaan. In zijn vorig jaar verschenen memoires wijdt hij er zelfs een apart hoofdstuk aan. De van de ABN-bank afkomstige Ruding nam geen genoegen met glibberige Haagse teksten over terugdringing van het financieringstekort zoals deze in het regeerakkoord van het aanstaande kabinet-Lubbers stonden. Geen „streefgetallen” of „principeafspraken” maar „bindende politieke afspraken” met een tijdschema hoe het tekort jaarlijks zou worden gereduceerd, eiste hij. Daarnaast wist hij ook nog te regelen dat er onder geen beding aan de hypotheekrenteaftrek zou worden gesleuteld. Ruding kreeg zijn zin.

Dergelijke ingrijpende aanvullingen op het regeerakkoord zijn nu niet te verwachten. Afgezien van de onderschrijving van het regeerprogramma zal het belangrijkste onderwerp bij het constituerend beraad de exacte taakverdeling tussen de ministers zijn. Er is namelijk nogal wat gehusseld met de taken van ministers. Niet eerder waren er dan ook zoveel: 20. Er is straks een minister voor Klimaat en Energie (Rob Jetten, D66) en een minister voor Natuur en Stikstof (Christianne van der Wal, VVD). Wat valt onder wie? Het lijkt een recept voor competentiestrijd. In elk geval helpt het dat beide ministers beschikking krijgen over miljardenfondsen om de problemen aan te pakken.

De ‘Anas’

Traditiegetrouw hoort ook de vaststelling van de takenpakketten tussen ministers en hun staatssecretarissen bij het constituerend beraad. Valt het KNMI onder de minister van Infrastructuur en Waterstaat, of de staatssecretaris? Dat soort zaken. De anekdote die dan telkens weer opduikt, is die uit 2007 over beoogd minister Camiel Eurlings (Verkeer en Waterstaat, CDA) en zijn aangezochte staatssecretaris Tineke Huizinga (ChristenUnie). Bij de verdeling van de portefeuille zei Eurlings in zijn Limburgse tongval dat hij de ‘Anas’ wel zou doen. Huizinga, die absoluut niet wist waar Eurlings het over had maar dat niet wilde laten blijken, stemde in. Later begreep ze dat ze de Nederlandse Spoorwegen (NS) had weggegeven.

„Het is een sappige roddel die mij nu al jaren achtervolgt”, zei Huizinga in 2017. „Dit verhaal slaat he-le-maal nergens op.” Zij vermoedt dat het destijds door CDA’ers in de wereld is gebracht toen zij staatssecretaris werd. De feiten geven Huizinga gelijk: staatssecretarissen mogen helemaal niet bij het constituerend beraad aanwezig zijn.



Source link

Leave a Reply

Your email address will not be published.

close