News

De oudste klassieker van Nederland in een sport die het moeilijk heeft


Wie de laatste 170 jaar op de vijfde woensdag van juli in de oude universiteitsstad Franeker terechtkomt, mengt zich in een pruttelende ketel vol tradities en rituelen. Op het ‘heilige gras’ van kaatsveld ‘t Sjûkelân vindt dan de PC plaats, de oudste sportklassieker van Nederland.

Het stadion is versierd met vlaggen en schilden, de Permanente Commissie (het huidige bestuur) loopt met hoge hoeden en in zwart jacquet een ereronde langs de steevast uitverkochte tribunes en het winnende, driekoppige ‘partuur’ (team) van de vorige editie rijdt met paard en wagen langs de grachten. Taeke Triemstra is één van die titelhouders en neemt al voor de zesde keer in zijn carrière in de koets plaats. „Een grote eer, maar je moet er wel twee uurtjes eerder voor je bed uit”, zegt hij.

De kaatssport – waarbij met de hand een bal wordt ‘geslagen’, liefst op een manier dat de tegenstander niet kan retourneren – heeft een behoudend imago. Aan tradities wordt niet gesleuteld en vernieuwing vindt mondjesmaat plaats. In 2015 werden er voor het eerst enkele harde houten banken vervangen voor de wat luxere kuipstoeltjes. Sinds kort hangen er twee grote ledschermen langs het veld om de mooiste rally’s en standen op terug te kijken. Daarnaast streeft het bestuur meer en meer naar een festivalsfeer, incluis foodtrucks en muziekpodia. Maar een boarding vol sponsors langs het veld? Geen sprake van.

Aantal leden neemt af

Triemstra geniet van de symboliek en vindt, zolang de PC financieel het hoofd boven water houdt, reclameborden uit den boze. Tegelijk gaat hij graag met zijn tijd mee, ook commercieel gezien. „Mocht het ooit nodig zijn om met sponsoren extra inkomsten te generen, richt je dan op één sterke lokale partner. Al zou ik nooit alles volhangen.”

De voorzitter van de PC, Ids Hellinga, wil vooral dat de gewoonten functioneel aan de sport zijn, en niet andersom. Zo vindt hij de wedstrijdkalender nu nog te veel op traditie ingericht. Zeker bij de jeugd, waarin afdelingspartijen (wedstrijden waarin de ene plaats het tegen het andere opneemt) worden uitgeschreven. „Het is leuk als je in een dorp woont met veel goede kaatsers, maar heb je dat niet dan beleef je een sportief beroerd jaar en blijf je bovendien stilstaan in je ontwikkeling.”


Lees ook: een reportage over cricket, waarin Nederland een kleine rol speelt. Zéker tegen Engeland

Het aantal leden nam de laatste jaren, onder andere als gevolg van de coronacrisis, af. In vergelijking met tien jaar (13.405) en vijf jaar geleden (10.997) zijn nu nog 9.602 leden over. Om de sport vooruit te helpen, is in april tweevoudig PC-winnaar Coos Veltman als nieuwe bondsvoorzitter benoemd. Hij staat open voor innovatie en experimenten. „Kaatspartijen zijn te lang, wordt weleens geroepen. Misschien moeten we daar iets mee.” Volgens Veltman kan er door een paar aanpassingen meer snelheid in het spel komen. Hij laat zich daarbij subtiel door andere sporten inspireren. „Bij golf kun je een auto winnen als je een hole-in-one slaat. Zoiets valt door te vertalen naar het kaatsen door bij elke bovenslag een geldprijsje uit te loven. Zo kan een saaiere wedstrijd bij het publiek tóch weer gaan leven.”

Of het kaatsen sexy genoeg is? „Nou, dat vraag ik me weleens af. Wellicht is daar nog iets voor nodig.” Hij geeft daarbij wallball, een squash-achtige variant van het kaatsen, als voorbeeld. „Het enige wat je daarvoor nodig hebt, is een muur en een bal. Heel laagdrempelig dus.” Wallball wordt wereldwijd in meer dan dertig landen gespeeld en de regels zijn – anders dan bij kaatsen – overzichtelijk. Het leeft onder de jeugd, maar triggert volgens Veltman ook landelijke sportorganisaties. „Als bond kijken we naar opties om het Olympisch te maken en NOC-NSF staat daar positief tegenover. Het zal het kaatsen nooit vervangen, maar het kan ideaal zijn als opstapje naar de meer klassieke spelvariant.”

Cholera, oorlog, corona

De PC is als grootste evenement volstrekt autonoom. Terwijl het kaatsevenement lang niet zo oud is als de sport zelf. Het kaatsen stamt uit de Middeleeuwen en hoorde bij ‘s lands populairste sporten. Maar door maatschappelijke ontwikkelingen én een vroege vorm van commercialisering nam de interesse rap af. Het belandde in een diepe dip en uitsterven leek nabij. Tot in 1853 de Permanente Commissie (PC) der Franeker Kaatspartij opgericht werd. De uitstraling hiervan bleek meteen groot en was een ware impuls voor de gehele sport. Het is de oudste sportklassieker van Nederland en werd maar vijf keer niet georganiseerd – door cholera, de Tweede Wereldoorlog en corona.

Sexy? Nou, wellicht is daar nog iets voor nodig

Coos Veltman bondsvoorzitter

Als kleine jongen raakte Taeke Triemstra acuut met het PC-virus besmet. Door zijn vader Reinder, die in de jaren tachtig drie keer de finale haalde, maar er nooit eentje won.

Nu maakt senior de wanten waarmee junior actief is. Tijdens het kaatsseizoen, dat zo ongeveer de complete zomer duurt, laat hij alles voor de sport. Zo gaat Triemstra nooit langer dan acht dagen op vakantie. En als een familie-uitje dubbelt met de wedstrijdkalender dan is hij bereid vergaande maatregelen te treffen. „Toen we met het gezin eens naar Limburg gingen, reed ik vrijdagavond terug naar Friesland om eerst thuis te kunnen slapen en zaterdag een partij in Hommerts-Jutrijp te kaatsen. Na slechts twee omlopen (‘rondes’ in het kaatsen) lagen we er al uit en kon ik voor de laatste vakantiedagen weer uren terug in de auto naar mijn vrouw en kinderen.”

Triemstra werkt er fulltime naast, als hoofd bedrijfsbureau bij de koekjesfabriek die onder meer Smoeltjes op de markt brengt. Elk weekend staat in het teken van het kaatsen, inclusief twee trainingsavonden en af en toe een clinic. En dat, ondanks een vorm van reuma, al ruim twintig jaar lang.

Het riekt naar topsport, maar Triemstra krijgt er, net als zijn collega-kaatsers, amper voor betaald. „Na een sterk seizoen houd ik er een leuke vakantie aan over, maar dat is het dan wel”, zegt hij. Weet de 39-jarige Triemstra deze woensdag te winnen, dan mag hij zich de beste PC-kaatser ooit noemen. Precies wat Triemstra ambieert: „Ik wil gewoon de allerbeste zijn.”



Source link

Leave a Reply

Your email address will not be published.