News

De politiek moet de kiezer weer naar de stembus zien te krijgen



Terwijl er oorlog woedt, kunnen wij in vrijheid stemmen. In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen werd dat steeds meer het mantra. De Russische invasie van Oekraïne, klonk het, laat zien dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Dat stemrecht een voorrecht is dat gekoesterd en gevierd moet worden. De hoop dat de oorlog dáár hier tot meer burgerzin zou leiden, is echter niet uitgekomen.

De opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen daalt al jaren. Bij die van 2018 nam 54,9 procent van de kiezers nog de moeite om te gaan stemmen. Woensdag is dat verder gezakt naar 50,9 procent. Daarmee is het een verkiezing geworden waar geen enkele partij trots op kan zijn. Als bijna de helft van de kiezers niet komt opdagen, is dat verontrustend. Vooral ook omdat de gemeente door bestuurders wordt beschouwd als de democratische laag die het dichtste bij de burger staat. Bovendien lijkt in een flink aantal gemeenteraden de versplintering door te zetten. Dat hoeft niet per se slecht te zijn, maar het kan formaties wel bemoeilijken, juist nu er grote uitdagingen op tafel liggen, zoals de energietransitie, het tekort aan woningen of de opvang van Oekraïense vluchtelingen.

Het paradoxale is dat het vertrouwen in het lokale bestuur hoger is dan dat in andere instituties, zo bleek vorige week uit een peiling van I&O Analysis. Bij vorige gemeenteraadsverkiezingen waren het ook juist degenen die zich sterk verbonden voelden met hun dorp, stad of gemeente die gingen stemmen. Is de coronatijd, waarin raadsleden minder toekwamen aan hun volksvertegenwoordigende rol, debet aan de electorale apathie? Komt het doordat hun rol sluipenderwijs minder is geworden, door onder meer verplichte regionale samenwerking? De minister van Binnenlandse Zaken heeft terecht onderzoek aangekondigd.

Er zijn ook lichtpuntjes. Discussion board voor Democratie, de laatste landelijke partij die het nog opneemt voor Vladimir Poetin, de partij die flirt met ‘tribunalen’ en in de Tweede Kamer zorgt voor verdere verruwing van de omgangsvormen, kwam niet in de buurt van het succes van drie jaar geleden, toen het de grootste partij werd tijdens de provinciale statenverkiezingen. JA21 maakte weinig indruk en ook de PVV verliest zetels in de gemeenteraden. Het ‘radicaal-rechtse’ narratief zit lokaal niet in de raise.

De coalitiepartijen hielden zich aardig staande. D66 krijgt er een handjevol zetels bij. VVD, ChristenUnie en vooral CDA leden verliezen. Een hardere afstraffing is echter uitgebleven, ondanks de coronacrisis en een historisch lange formatie. GroenLinks en de PvdA deden het beter dan verwacht, maar de echte winst was voor lokale partijen. Vier jaar geleden kregen zij in totaal ruim 28 procent van de stemmen. Ditmaal is dat zelfs 36 procent. De winst van de lokale partijen previous bij de gestage groei die zij al sinds de jaren negentig doormaken en laat zien dat lokale verkiezingen uiteindelijk ook echt lokaal zijn.

Voor alle winnaars geldt: wat is roepen dat je de grootste bent waard bij zo’n opkomst? Wat zegt het voor het draagvlak van besluiten die de komende vier jaar worden genomen? Opdracht aan alle politici – winnaars en verliezers – is de inwoners die niet kwamen opdagen óók te vertegenwoordigen. Zorg dat ook zij de volgende keer wel gaan stemmen. Een grote opkomst zou een mooie ‘daad van verzet’ zijn geweest, op een second dat de onmacht over oorlog sterk wordt gevoeld. Deze opkomst zegt echter iets over de onmacht die kennelijk ook wordt ervaren als het om de politiek in de eigen buurt gaat.



Supply hyperlink

Leave a Reply

Your email address will not be published.

close