News

Er is een onderwijsschandaal in de maak – Joop


  •  

Gisteren

  •  

leestijd 6 minuten

  •  

1128 keer bekeken

  •  

klas-1

Op vele scholen staan ‘leraren’ die blijkbaar niet in staat zijn hun klassen deze basisvaardigheden bij te brengen. Wij zijn ver gekomen als er vliegende brigades moeten worden ingesteld om de ernstigste gevolgen hiervan enigszins bij te sturen

Minister Dennis Wiersma van Onderwijs heeft vliegende brigades ingesteld die leerkrachten gaan ondersteunen bij het les geven in lezen en rekenen. Op hun eentje kunnen ze dat blijkbaar niet. Ook burgerschap en wat de bewindsman aanduidt als digitale vaardigheden schieten er bij in. Dat althans blijkt uit een persbericht van de rijksoverheid.

Vijfhonderd scholen krijgen bovendien additional geld om de basisvaardigheden van de leerlingen te verbeteren. Daarmee kunnen zij bijvoorbeeld specifieke scholieren een uur additional les per dag te geven.

In een temporary aan de Tweede Kamer licht Wiersma een en ander toe.

Te veel leerlingen verlaten het onderwijs zonder goede beheersing van de basisvaardigheden: lezen, schrijven, rekenen, digitale geletterdheid en hoe we in Nederland met elkaar omgaan. Daar maak ik me grote zorgen over. Als je niet goed kunt lezen, kun je andere schoolvakken niet succesvol volgen en red je je later niet in de maatschappij. Om een baan te krijgen, moet je een goede sollicitatiebrief kunnen schrijven. Om je boodschappen te doen, moet je kunnen rekenen. Om veilig je bankzaken te doen, moet je digitaal vaardig zijn. Om weloverwogen te kunnen stemmen, moet je weten hoe de democratie werkt. En ook voor je vervolgopleiding of een baan zijn goede basisvaardigheden cruciaal. Niet alleen voor de leerlingen zelf, maar ook voor Nederland als geheel.

Je kunt het deze minister moeilijk kwalijk nemen dat het allemaal zo is misgelopen. Hij zit er koud een half jaar. De problemen in het onderwijs zijn het resultaat van decennia wanbeleid. Anders kun je het immers niet noemen als zoveel leerlingen  zo slecht leren rekenen, lezen en schrijven. Op vele scholen staan ‘leraren’ die blijkbaar niet in staat zijn hun klassen deze basisvaardigheden bij te brengen. Wij zijn ver gekomen als er vliegende brigades moeten worden ingesteld om de ernstigste gevolgen  enigszins bij te sturen need daar zal het wel op neerkomen.

Hieronder volgen twee citaten uit Kees de Jongen, de beroemdste roman van rasschoolmeester Theo Thijssen. Het boek verscheen voor het eerst in 1923.

Bij de aardrijkskunde was z’n zenuwachtigheid gelukkig over; ze hadden de twee wereldkaarten: oostelik en westelik halfrond, en één voor één wees de meester al de landen aan, en Kees merkte met grote voldoening, dat-ie nou al die fijne verre postzegellanden leerde. Wanneer zouen ze nou aan Guatemala komen?

Maar het was al vier uur, eer ze de helft van de landen hadden gehad; want de meester zei wel, dat-ie beginnen zou met enkel aanwijzen, maar telkens vergat-ie dat, en ging tóch wat vertellen.…

Kees bleef staan, als verzonken in eerbiedige beschouwing – en in-eens hoorde hij zich aanspreken, in het frans! Hij schrok te erg om te kunnen antwoorden. D’r stond een heer voor hem met een grijze hoge hoed en een zwarte baard. ‘Krasnapolsky?’ zei hij onder andere.

Kees kreeg een kleur en lachte: ‘Wacht u maar even…’ zei hij, en hij probeerde een frans zinnetje te bedenken…. Je pense déjà….

Maar éér hij netjes bedacht had, hoe hij de heer beleefd verzoeken zou hem te volgen, kwam daar één van de kerels, die bij ‘t monument zaten, en tikte aan z’n pet: ‘Gaat u maar effe mee meneer, het is vlak bij, daar dat hoekie om. Ja, oewie, Krasnapolsky, zeker meneer.’ En de Fransman wandelde weg met de straatslijper, de Vischsteeg in….

Kees bleef staan. Jammer toch! Stom toch. Oui m’sieur, je serai votre guide. Oui, je parle un peu français. Presque tous les garçons ici parlent le. A cette coté, s’il vous plait, m’sieur.

Je moèst niet zeggen móssjeu maar m’sjeu. De meester was in Parijs geweest, en wist et.

Wat ‘n zonde, wat ‘n zonde. Nóu wist-ie zinnen genoeg: Oui, m’sieur; Krasnapolsky? Op ‘ky’ moest je drukken, nogal glad; was toch Frans? Krasnapolsky est à cinq minutes d’ici. J’allerai avec vous. En dan bij de deur z’n pet af, en een buiging. Dan de Fransman: ‘Voulez-vous un verre de vin?’ Merci, m’sieur, je suis encore trop petit. Et bovendien, wat was bovendien in ‘t frans? Merci m’sieur, j’ai fait tout cela pour rien. En dan fier: ‘Je suis un garçon d’Amsterdam, of garçon hollandais.’ Maar dan bleef de Fransman aandringen: ‘Voulez-vous du pain avec du fromage?’ Nou, dàt nam-ie dan aan, ‘Volontiers, m’sieur.’

En hij mee naar binnen….

Gingen ze het broodje met kaas eten. Een vers fijn broodje met kaas.

Volgde ‘n heel gesprek met de Fransman. Quel age as-tu? J’ai douze ans. Of Années? Kwam er niet op aan.

Zou de Fransman vragen, hoe dat kwam, dat er in Holland zo-maar jongens op straat liepen, die met de vreemdelingen praten konden…. C’est très facile, que tous les garçons nous comprendre ici….

Enfin, wéét, wat ‘n leuk gesprek je dan kreeg.

En als-ie dan weg ging, zou-ie zeggen: Je vous remercie. Et mes …. groeten, hoe zei-je dat? …. Mes compliments aux garçons de Paris.

Kees zit op een heel normale Amsterdamse faculty. Uit niets blijkt dat hij voor een leerling in de hoogste klassen van het lager onderwijs over bijzondere kennis beschikt. Lezers uit 1923 vonden de bovenstaande passages ongetwijfeld normaal en herkenbaar.

De auteur Theo Thijssen had met zijn roman over Kees de Jongen een aantal pijlen op zijn boog: hij wilde onder meer aantonen dat heel veel kinderen hun expertise niet tot volle wasdom konden laten komen omdat hun ouders ze uit werken stuurden: voor gewone mensen was er geen alternatief. Die paar centen waren onmisbaar.

Dat overkomt ook Kees. Hij moet van de ene dag op de andere voor twee gulden per week gaan werken bij de theehandelaar Stark & Co. Daardoor verliest hij Rosa, het meisje van zijn dromen, voorgoed uit het oog. De kans is groot dat hij de relaxation van zijn leven in een lullig maar tijdrovend baantje zal verpieteren. Toch geeft Thijssen zijn boek een hoopgevend slot mee.

Maar weldra was het hem, alsof hij muziek hoorde. Blijde, schallende muziek, een juichende mars was het, die in hem klonk; en hij kwam stevig in de maat te lopen. En op de stille donkere gracht liep hij als een aanvoerder aan het hoofd van een overwinnend leger, trots en zeker en gelukkig, de daverende muziek in zijn hoofd.

En de mensen die hem voorbijgingen, wisten niet, dat daar een jongen ging, die àlles zou kunnen, nu hij eenmaal begonnen was; dachten dat het maar zo’n gewone jongen was, een jongen nog zonder geschiedenis, een jongen die daar zo-maar liep….

Op die manier komen de huidige generaties niet van faculty: toegerust door een gedreven onderwijzer, vol parate kennis, met een goede hand van schrijven en tal van praktische vaardigheden in hun mars. Zij zijn in toenemende mate functioneel analfabeet. Ze kunnen zonder apparatuur niet rekenen. Ze troffen voor de klas overwerkte leerkrachten aan. Deze gaan ook nog eens gebukt onder zinloze administratieve lasten, opgelegd door het ministerie en het eigen bestuur. Dat gaat al lang  niet meer over één faculty  maar over tal van vestigingen. Het heeft zich dan ook achter een staf beleidsmedewerkers  verschanst in een fraai vorm gegeven kantoor. Daar klinkt het geluid van de mensen voor de klas al lang niet meer door.

Zulke dingen gebeuren in een land dat minstens tien maal zo rijk is als in de dagen van Theo Thijssen.  

Hier is een schandaal in de maak dat de toeslagenaffaire mogelijk nog overtreft.

Voor het overige ben ik van mening dat het toeslagenschandaal niet uit de publieke opinie magazine verdwijnen en de affaire rond het Groninger aardgas evenmin.

Beluister Het Geheugenpaleis, de podcast van Han van der Horst en John Knieriem over politiek en geschiedenis.

De verfilming van Kees de Jongen:



Supply hyperlink

Leave a Reply

Your email address will not be published.

close