News

Kindtolken lopen in de zorg trauma’s op. ‘Mama, je hebt kanker’


“Ik was vijftien toen ik met mijn moeder en broer op de kamer van de oncoloog zat. De arts zei dat mijn moeder kanker had. Het was ongeneeslijk,” vertelt de 23-jarige Dicky Yee uit Amsterdam.

“Rechts hoorde ik mijn broer huilen, tussen ons in zat onze moeder. Mijn Chinese moeder die geen Nederlands sprak, maar wel meteen doorhad dat het slecht nieuws was. Zij zei niets. Ik zat stil. Ik was in shock. Ik dacht: wat kunnen we wel doen? Is er echt niets wat we kunnen doen?

En toen moest ik het aan mijn moeder vertalen. “Je hebt kanker en het is niet meer te redden.”

Dat moment veranderde hun levens. Yee hielp met het huishouden en verzorgde zijn moeder als de thuiszorg niet kwam. Soms zegden de medewerkers op het laatste moment af. Omdat zijn moeder de taal niet sprak, maakte Yee de afspraken en ging hij elke week mee naar het OLVG-ziekenhuis in Amsterdam-Oost. In het begin gingen ze met de auto, tot zijn moeder zieker werd en niet meer kon rijden. Toen gingen ze met het openbaar vervoer.

Hij voelde zich alleen en geïsoleerd. “Ik dacht dat niemand op de wereld hetzelfde meemaakte.”

Op school hielden ze rekening met Yee en mocht hij lessen missen. Hij ruilde het vwo in voor de havo, zodat hij meer tijd had om er voor zijn moeder te zijn. Yee vond het fijn op school. “Daar kon ik al die afspraken even vergeten. Dan voelde ik me weer een normale jongen van vijftien jaar.”

In 2012 is de tolkenvergoeding afgeschaft

Daphne Tabak, huisarts in Amsterdam-Oost, spreekt dagelijks meerdere patiënten die hun kind meenemen om te vertalen. Dat gebeurt altijd onder schooltijd. Ze stond er nooit bij stil dat het tolken veel impact op een kind kon hebben. “Ik vind het juist prettig dat er een tolk bij is, dan kan ik beter communiceren met de patiënt.”

Officiële cijfers over het aantal kindtolken zijn er niet, maar zorgverleners zien een duidelijke toename sinds het afschaffen van de tolkenvergoeding in de zorg in 2012. “Patiënten zijn er zelf verantwoordelijk voor dat ze de Nederlandse taal machtig zijn”, aldus Edith Schipper, de toenmalig minister van vws.

Simone Goosen, epidemioloog en initiatiefnemer van de campagne Tolken terug in de zorg alstublieft, kan zich die tijd van het eerste kabinet-Rutte, van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV, nog goed herinneren. Ondanks protesten van beroeps- en patiëntenorganisaties werd de vergoeding voor tolken in de zorg afgeschaft.

“Die bezuiniging was typerend voor een kabinet dat zelfredzaamheid van burgers vooropstelde”, zegt Goosen. Sindsdien draaien zorgverleners en instellingen zelf op voor de kosten van een tolk.

‘Het was altijd weer wikken en wegen bij het tolken voor zijn zieke moeder, vond Yee. ‘Begrijpt ze dit wel?’ Beeld Patrick Post

‘Het was altijd weer wikken en wegen bij het tolken voor zijn zieke moeder, vond Yee. ‘Begrijpt ze dit wel?’Beeld Patrick Post

Haar zoon moest doorvragen om erachter te komen hoe het echt ging

Maar tolken, zegt Goosen, is te belastend voor jongeren. Ze zitten bij gesprekken waar ze rationeel bezig zijn met vertalen, terwijl het vaak emotioneel belastend is. De druk op jongeren is hoog. “Ik ga ook weleens met mijn ouders mee naar de dokter, maar mijn ouders zijn veel minder afhankelijk van mij.” Goosen spreekt veel jongeren die bang zijn iets verkeerd te doen tijdens het vertalen. Ze vragen zich constant af: vertaal ik wel goed genoeg?

Ook Yee voelde die angst. Medische termen die hij niet kende in het Nederlands, moest hij in het Kantonees aan zijn moeder uitleggen. Het woord straling bijvoorbeeld, dat woord had hij thuis nooit geleerd. Daar bedacht hij een concept van in het Chinees om dat vervolgens aan zijn moeder uit te leggen. Het was altijd weer wikken en wegen. “Begrijpt mijn moeder dit wel? Snapt ze de keuzes die ze kan maken?”

Als de arts vroeg hoe het ging, vertelde zijn moeder eerst aan Yee hoe ze zich voelde. Zodat Yee het kon vertalen. Er waren volgens Yee veel momenten waarop zijn moeder haar pijn verbloemde. Ze wilde hem geen slecht gevoel geven. Dan moest hij doorvragen om erachter te komen hoe het echt ging. “Pas na een paar keer vragen gaf ze een eerlijk antwoord. Het was voor ons beide zwaar dat ik de persoon was die moest vertalen.”

Vaak gaat het om kwetsbare gezinnen, die kinderen hebben het al zwaar

Yee ging twee jaar lang wekelijks met zijn moeder naar de ziekenhuisafspraken. In die jaren heeft geen enkele zorgverlener gevraagd of ze een tolk nodig had. Terwijl hij dat wel had gewild. “Soms vulde ik zelf dingen in bij het vertalen. Een tolk doet dat niet, die kan zakelijk en precies zijn.”

Twee jaar na de diagnose, toen Yee bijna zeventien was, overleed zijn moeder. Daarna heeft hij veel psychologische ondersteuning gehad. Op de vraag of hij zich weleens schuldig heeft gevoeld, moet hij nadenken. “Ja, ik heb er achteraf veel moeite mee gehad. Had ik misschien beter kunnen vertalen? Ik heb het inmiddels verwerkt en heb er vrede mee.”

Psychiater en schrijver Forugh Karimi maakt zich zorgen. “Met de afschaffing van de tolkenvergoeding legitimeer je dat kinderen dit werk doen.” Het gaat volgens Karimi vaak om kwetsbare gezinnen, die misschien zijn gevlucht of geëmigreerd en daarom al onverwerkte trauma’s hebben. “Die kinderen hebben het al zwaar. En dan komt dit er nog bij kijken als een van je ouders ziek wordt.”

Deze jongeren hebben moeite in de omgang met hun leeftijdsgenoten

“Als overheid heb je een keuze, je betaalt nu de tolken of later de schade”, zegt Karimi. Kinderen nemen de rol van de ouder over en zorgen voor hen in plaats van andersom. “Dat zijn de jaren waarin je jezelf ontdekt: wie ben ik en wat wil ik worden? Als ze dan bezig zijn met zorgen voor hun ouders, slaan ze een fase in hun ontwikkeling op een onnatuurlijke wijze over.”

En dat is schadelijk, zegt Karimi. Het zijn jongvolwassenen die qua intelligentie al ver zijn, maar emotioneel onrijp. De gevolgen lopen volgens de psychiater erg uiteen. Jongeren kunnen bijvoorbeeld moeite hebben met voor zichzelf opkomen. Ze hebben een hele tijd gezorgd voor een ouder en hielden daarbij constant rekening met de kwetsbaarheid en behoeftes van hun ouder. “Je bent boos, maar je hebt tegelijkertijd ook een hulpbehoevende ouder. Voor die woede is geen ruimte, want de zorg gaat voor.”

Een ander gevolg is volgens Karimi dat deze jongeren moeite kunnen hebben in de omgang met hun leeftijdsgenoten. Ze begeven zich tussen twee werelden: thuis met alle zorgtaken en buiten. De verantwoordelijkheden verschillen erg van die van leeftijdsgenoten, zegt Karimi.

Een taalbarrière tussen patiënt en zorgverlener is een risico

Er bestaan niet alleen gevolgen voor het kind, maar het is ook schadelijk voor de kwaliteit van de zorg, aldus Karimi. Kinderen worden namelijk ingezet omdat er sprake is van een taalbarrière: de zorgverlener en patiënt kunnen niet of nauwelijks met elkaar communiceren. Professionele tolken zijn getraind om goed en nauwkeurig te vertalen, kinderen niet. Volgens Karimi is dit in strijd met de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO). Daarin staat dat de zorgverlener verplicht is zeker te zijn dat de patiënt de informatie over bijvoorbeeld de diagnose, de behandeling en de gevolgen begrijpt.

Julia Tankink, promovendus binnen het Egalite-project (Erasmus MC), onderzoekt onder andere taalbarrières en de kwaliteit van de geboortezorg. “We weten uit onderzoek dat een taalbarrière tussen patiënt en zorgverlener een risico vormt voor de kwaliteit van de zorg en de veiligheid van de patiënt.” Volgens Tankink is er risico op allerlei soorten problemen. Denk bijvoorbeeld aan medicatiefouten, behandelingen die niet goed worden begrepen, diagnoses en adviezen die verkeerd vertaald worden en gemiste afspraken.

Tankink refereert aan recent Nederlands onderzoek onder vrouwen die overleden tijdens de zwangerschap, in het kraambed of een jaar na de bevalling. In de 41 gevallen van moedersterfte onder vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond, was er bij 5 sprake van communicatieproblemen tussen patiënt en zorgverlener. Dit was een van de potentiële oorzaken van het overlijden. “Dit is slechts één onderzoek, meerdere onderzoeken hebben verbanden aangetoond tussen communicatieproblemen en ernstige uitkomsten.”

Yee wil nu zelf arts worden

Volgens Tankink is het opnieuw invoeren van de tolkenvergoeding een belangrijke eerste stap, maar dan is het probleem nog niet opgelost. “Uiteindelijk wil je streven naar zorg op maat voor iedereen, waarbij minderheidsgroepen niet langer in het nadeel zijn.” Een deel van de oplossing ligt volgens Tankink bij de opleidingen. Tijdens haar studie Geneeskunde heeft ze nooit geoefend met een tolk.

Yee herkent dit. Zijn jongensdroom was architect worden. Na de jarenlange ervaring met zijn moeder in het ziekenhuis wil hij zelf arts worden. Hij zit nu in het derde jaar van de studie geneeskunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

“Tijdens mijn stage zie ik weleens patiënten die de taal niet goed spreken. Ik zeg dan meteen dat er een tolk nodig is. Dat gebeurt nog steeds niet altijd, het is vaak te duur. Als ik later arts ben, ga ik dat anders doen.”

Gatool Katawazi is redacteur bij Live Journalism, de onderzoeksredactie van De Balie. Dit artikel is onderdeel van het Live Journalism onderzoek naar mantelzorgers.

Lees ook:

Tolken hebben het zwaar met de oorlogsverhalen van vluchtelingen: ‘Je neemt het mee naar huis’

Tolken hebben het zwaar met oorlogsverhalen van Oekraïense vluchtelingen. Daarom kookt de burgemeester van Oostzaan een diner voor ze. ‘Ze horen dagelijks dieptrieste verhalen.’



Source link

Leave a Reply

Your email address will not be published.