News

OM eist vier jaar tegen klusjesman Ruinerwold


Een goede daad is nooit verspild. Woorden van die strekking schreef Josef B. op een papiertje gericht aan de psychiaters die hem in het Pieter Baan Centrum wilden onderzoeken. Hij sprak bijna niet tegen ze, maar pakte zo nu en dan wel een pen op.

De zorg, moeite en liefde die je in een persoon investeert, is nooit verloren. Ook al verdwijnt die persoon uit je leven. De inzet heeft van jezelf een waardevoller mens gemaakt.

Ook op de maandag van de rechtszaak tegen de ‘klusjesman van Ruinerwold’ praat B. niet over wat er is gebeurd. Hij schrijft briefjes op gele plaknotities aan zijn advocaat, die soms iets voorleest.

B. (61) wordt onder meer verdacht van het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving van negen inmiddels volwassen mensen, die in hun kindertijd door hun vader, Gerrit Jan van D., in huis werden gehouden. Ze leefden volgens strenge regels die hun foundation vonden in een grotendeels zelfverzonnen geloof, dat invloed van de buitenwereld afkeurde. De jongste zes kinderen mochten niet naar college en waren niet bij de gemeente geregistreerd. De drie oudsten waren wel ingeschreven en liepen jaren geleden weg.

Van D., die ook verdacht werd van misbruik en mishandeling van zijn vier oudste kinderen, heeft geen straf gekregen omdat hij wegens een hersenaandoening die hij in 2016 opliep niet in staat was het proces te volgen. Het proces tegen B., volgens de kinderen een „discipel” van Van D., is een laatste kans op strafrechtelijke vervolging in deze zaak.

B. draagt een bruinleren gilet over zijn groen-wit geruite overhemd. Hij heeft een tweeling met een Japanse vrouw, die hij niet meer ziet en van wie hij vermoedelijk scheidde omdat het geloof zijn leven overnam. Web als tijdens de politieverhoren laat hij in de rechtbank geen blijk van schuldbesef zien. Soms schudt hij zijn hoofd, wappert hij afwerend met zijn handen.

„Wilt u toch iets zeggen meneer”, vraagt de rechtbankvoorzitter.

„U hoeft dat niet vijfhonderd keer te vragen”, zegt B. bozig. „Ik heb al gezegd van niet.”

Josef B. raakte decennia geleden verbonden aan het gezin van Van D. vanwege gemeenschappelijke geloofsideeën, die er onder meer vanuit gaat dat geesten zich kunnen manifesteren in de stoffelijke wereld door in het lichaam van een mens te komen. Van D. wilde een nieuw Hof van Eden stichten en B. assisteerde het gezin en deed allerhande klusjes. In het Drentse Ruinerwold, waar alleen de zes jongste kinderen hebben gewoond, waren schuttingen om te voorkomen dat de buitenwereld mee kon kijken.


Lees ook: Geïsoleerde kinderen Ruinerwold leefden ‘in angst voor slechte geesten’

Halverwege de dag stokte de zitting omdat advocaat Yehudi Moszkowicz namens zijn cliënt B. de rechtbank wraakte. Hij vindt het vooringenomen dat rechter Depping tegen B. heeft gezegd dat hij niet weg kon uit de woning omdat hij geen papieren had. „Dit is een onderdeel dat nog bewezen moet worden”, zegt Moszkowicz, „en zij poneert dat hij geen documenten had en dan toch niet gewoon weg kon gaan”.

De wrakingskamer, die bestaat uit drie andere in allerijl opgetrommelde rechters, besliste na onderzoek en het horen van de betrokken partijen dat het wrakingsverzoek ongegrond was.

Mentale dwang

Tijdens zijn spreektijd vertelt D’s zoon Shin over de plek in de houtbewerkingsplaats van B., waar hij lange tijd in afzondering van zijn broers en zussen moest leven. „Ik sliep op een stuk karton en slaapzak. (…) Waarom heeft hij [B.] de instanties niet ingelicht? (…) Je hebt meegekregen hoe we werden afgeranseld en vernederd.”

Met vriendschappen opgroeien is ons ontnomen

Israël zoon van Gerrit Jan van D.

Zoon Israël, die in 2019 een bar in Ruinerwold opzocht en daar vertelde over zijn situatie thuis waardoor de zaak aan het rollen kwam en de politie een inval deed, vindt dat er talloze momenten waren waarop B. had kunnen ingrijpen. „Opgroeien met vriendschappen is ons ontnomen. Hoe kon ik een eigen wil, een eigen mening en een eigen ik ontwikkelen?” Even later: „Het was psychische dwang die ons gevangen hield.”

De advocaat zegt in zijn pleidooi dat B. de meeste kinderen bijna nooit zag en wijst op mishandelingen die B. zelf moest ondergaan. „Hij zou tien minuten lang geslagen zijn. Er wordt gesproken over het stukslaan van een bierfles op zijn hoofd.” Het standpunt van B. en zijn advocaat is bovendien dat de kinderen weg konden wanneer ze wilden. „Het feit dat Israël naar buiten is gegaan, is daar het bewijs van.”

Het OM eiste een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar. Uitspraak over twee weken.



Supply hyperlink

Leave a Reply

Your email address will not be published.

close