News

Piet Bukman was de ‘sergeant-majoor’ van het CDA



Oud-CDA-prominent Piet Bukman, de „sergeant-majoor” van die fusiepartij, is woensdag op 88-jarige leeftijd overleden. Bukman speelde vanaf de oprichting van het CDA tot 1998 een prominente rol in de landelijke politiek. Niet alleen binnen zijn eigen partij, waarvan hij de eerste voorzitter was, ook als minister en voorzitter van de Tweede Kamer. Hij was een man die „in vele jaren een grote staat van dienst had opgebouwd in partij en politiek”, zegt huidig CDA-partijleider Wopke Hoekstra in reactie op zijn overlijden.

Maar hij was vooral de man die de nieuwe fusiepartij (KVP, ARP en CHU) vanaf 1980 smoel gaf. In oktober van dat jaar nam hij het voorzitterschap over van de andere aartsvader, Piet Steenkamp, en hield hij de bloedgroepen binnen de partij bij elkaar in een tijd dat onder meer plaatsing van kruisraketten en het anti-apartheidsbeleid ten opzichte van Zuid-Afrika intern veel verdeeldheid opleverde.

Hij zorgde er vooral voor dat het door toenmalig premier Lubbers beleden no nonsense-beleid ook navolging kreeg in de CDA-fractie. Ondanks interne oppositie in de vorm van zeven ‘loyalisten’ in de fractie, die het eerste kabinet-Lubbers wel gedoogden maar de regeringsverklaring niet ten volle steunden. Zij behielden zich het recht voor om elk voorstel van het kabinet te toetsen aan hun principes.

Een politieke partij is nu eenmaal „geen speeltuinvereniging”, rechtvaardigde Bukman intern nog wel eens de regenteske wijze waarop hij partijcongressen aanstuurde. „Ik speelde een beetje de sergeant-majoor van het CDA”, erkende hij later zelf. Maar het ging hem er vooral om de culturele en politieke verschillen tussen de gefuseerde bloedgroepen binnen het CDA bij elkaar te houden. In de praktijk betekende dat vooral: het linkse geluid binnen het CDA zoveel mogelijk te smoren.

Relletje

Bukman werd in 1934 in Delft geboren als telg van een Zuid-Hollandse tuindersfamilie. Dat is Bukman ook altijd gebleven: voorman van de landbouwlobby. Eerst als bestuurder van de Christelijke Boeren- en Tuindersbond (CBTB), waar hij bijna 20 jaar zou blijven. Daar leerde hij partijgenoten kennen als Jan de Koning, ook een van de oprichters van het CDA. De Koning, van 1977 en 1989 onafgebroken minister in opeenvolgende kabinetten, zorgde ervoor dat Bukman in 1980 partijvoorzitter werd.

In 1986 werd de ‘sergeant-majoor’ van het CDA beloond met een ministerschap in het tweede kabinet-Lubbers. Eerst op de portefeuille Ontwikkelingssamenwerking, vervolgens als staatssecretaris Economische Zaken en daarna als landbouw-minister. In die functie was hij in 1994 nog middelpunt van een relletje, toen een vertrouwelijk briefje van hem aan partijgenoot en collega-minister Koos Andriessen van Economische Zaken uitlekte, waarin hij aandrong op afzien van verhoging van de gasprijzen voor tuinbouwbedrijven omdat dat te veel CDA-stemmers zou kosten.

Kamervoorzitterschap

Na het megaverlies van het CDA bij de Tweede Kamerverkiezingen in 1994 verdween zijn partij uit het kabinet en belandde ook Bukman in de oppositiebanken van de Tweede Kamer. In 1996 volgde hij zijn partijgenoot Wim Deetman als Tweede kamervoorzitter op, maar dat werd geen succes.

Oud-Kamervoorzitters spreken nu lovende woorden over Bukman. „Ik heb mooie herinneringen aan deze bijzondere en zachte man, die altijd zijn liefde voor de Tweede Kamer behield”, zegt Khadija Arib. Ook volgens Frans Weisglas bleef hij „altijd betrokken” bij het parlement en de politiek.

Maar indertijd stond hij te boek als de eerste Tweede Kamervoorzitter die openlijk kritiek op zijn functioneren kreeg. Hij zou het debat slecht aanvoelen en onvoldoende opletten tijdens stemmingen. Bukman was de eerste die dat zelf toegaf. Het was allemaal gecompliceerder dan hij tevoren had gedacht: het voorzitterschap van de Kamer ging hem slechter af dan dat van zijn eigen partij: „Deze functie is in de praktijk moeilijker dan het lijkt.”



Supply hyperlink

Leave a Reply

Your email address will not be published.

close