News

Trauma’s herleven bij het kijken naar uitputtingsslag Kamp Van Koningsbrugge



Ik had de deurklink nog vast, de keuringsarts keek op van zijn papieren en zei: „U wilt zeker een beroep doen op de Wet Gewetensbezwaren.” Het was een feilloze inschatting, in de vroege zomer van 1989. Maar een televisierecensent kan niet zijn hele leven naar Marble Mania kijken (de knikker van Johan Derksen zoefde op het laatste rechte eind die van René van der Gijp voorbij), dus waagde ik mij aan de grootste uitputtingsslag van de Nederlandse televisie: Kamp Van Koningsbrugge, een programma waarin vijftien burgers proberen een training tot commando vol te houden. Het moet „de uitdaging van hun leven” worden.

Uitdagingsgewijs dienen de dappere burgers in elk geval over een zeer hoge schreeuwtolerantie te beschikken: al in de beginbeelden zagen we vorige week hoe de deelnemers voor het eerste hanengekraai uit hun bed werden gejaagd onder leuzen als „ga jij je tijd niet halen, dan verneuk je het voor de hele ploeg!” Na een lange mars door de bossen bij Winterberg vlogen de influencer en de jeugdcoach er meteen al uit.

Donderdag draaide het in de tweede aflevering om „de kernwaarde eer” – al was deze kernwaarde handzaam gecomprimeerd tot „dat het je eer te na is om op te geven”. Na een dag van talloze fysieke beproevingen moesten de deelnemers in een koud zwembad met kleren aan vijftien meter onder water zwemmen, heen en weer zwemmen met geweer („Houd het dróóg!”) en watertrappelen. Zeer diepe zwemlestrauma’s herleefden hier in huis. „Als je het opgeeft, ga je onder. Wij mensen kunnen daar niet zo goed ademen”, brieste de instructeur.

De ene kandidaat spartelde hyperventilerend naar de kant, een ander ging steeds kopje onder. Zo niet de 35-jarige melkveehouder Jaring, die had gezegd dat hij alleen een A-diploma had omdat zijn moeder het allemaal veel te lang vond duren. Toen dacht ik even dat ik misschien toch commando zou kunnen worden (al is melkveehouder wellicht veiliger).

Rillend in een druipende overall

Intussen was de 30-jarige watersporter Laura uit het zwembad geklommen. Ze deed mee aan het programma om haar twee jaar geleden gestorven vader (een militair) te eren. Vooraf had ze gezegd dat ze zich in het water altijd geweldig voelde. Nu stond ze te rillen, eerst in haar druipende overall, daarna verpakt in zilverfolie. Het was zaak dat ze „de duivel van haar schouder joeg” en terug het water in ging. Toen ze zich had vermand en besloten had door te zetten, lachte ze even. Waarop ze dáár weer kritiek op kreeg.

Een paar uur later – er was inmiddels een nacht vol theorielessen aangebroken – wilde Laura weer stoppen, maar werd haar toegeblaft: „Niemand gaat jou weghalen hier!” De volgende ochtend werd ze alsnog weggestuurd door de leiding. Aan de rand van het kamp werd de fysiek en mentaal door de mangel gehaalde Laura opgevangen door presentator Jeroen van Koningsbrugge met de woorden: „Ik ben een beetje teleurgesteld.” Soms is eergevoel ook tegen een programmamaker zeggen dat hij zijn praatjes moet opbergen op een plek waar de zon niet schijnt.

Toen waren er nog twaalf aspirantcommando’s over, die in hun eentje zeven uur lang stroomopwaarts door een beek moesten waden met een wapen en een zandzak, een oefening bedoeld „om een uitzichtloze situatie te creëren”. Tragisch was het beeld van Kamilia (30) die haar zandzak onderweg was verloren en nu maar een grote kei uit de bedding had gevist en die wankelend voortzeulde. De aflevering eindigde in de beek, dus pas volgende week weten we of ze bij het eindpunt met theatraal geschreeuw onthaald zal worden.

De opgepompte ernst van Kamp Van Koningsbrugge doet je vooral enorm verlangen naar een wederkomst van Jos Brink uit de televisiehemel, zodat hij nog één keer ironisch kan glimlachen en zeggen: „Het ís maar een spelletje!”



Source link

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

close